Een week in het herscholingscentrum Sint-Rafaël

Een half jaar geleden ben ik vanuit Berlijn naar Gent getrokken. Het was een grote stap voor mij om mijn oude heimat na 30 jaar te verlaten. Nu begin ik opnieuw in een vreemd land. Met name in Vlaanderen, waar Nederlands de officiële taal is. In Berlijn heb ik vele jaren met veel succes als ‘peer counselor’ gewerkt.

Ik heb mij voorgenomen om ook in Gent als gestalttherapeute te werken en hier opnieuw te beginnen. Ik had niet het minste vermoeden hoe ik als blinde vrouw Nederlands zou kunnen lezen en leren schrijven. Ik heb immers nog nooit in het buitenland gewoond.

Toevallig vernam ik dat er een Sint-Rafaël-college in Gent was. Onmiddellijk meldde ik mij aan voor een cursus Nederlands. Ook bij de inschrijving had ik geen flauw benul hoe de leraars en leraressen mij de nieuwe taal zouden bijbrengen.

Dus ging ik uitgelaten en nietsvermoedend in september 2012 voor de eerste keer als blinde migrante naar school. In het begin was het heel zwaar voor mij. Ik verstond weliswaar enkele woorden want Nederlands lijkt op Duits. Toch kon ik niet uitspreken wat er allemaal door mijn hoofd ging. Plotseling had ik een vermoeden hoe het de mensen verging die uit andere landen naar Duitsland kwamen.

Nu ben ik al een half jaar op school en ik leer er heel veel. Ik ontleen in de luisterpuntbibliotheek hoorboeken en ik versta nagenoeg alles. Ik kan zelfstandig inkopen doen en bijvoorbeeld ook de verhuurder bellen als er technische problemen met de woning zijn. Anderzijds kan ik nog niet goed schrijven. Veel woorden worden helemaal anders geschreven dan in het Duits.

Ik heb ook het grote geluk dat ik heel dicht bij de school woon. Vele andere cursisten komen uit Antwerpen, Brugge of andere plaatsen. Ik moet enkel 10 minuten te voet gaan. Daarbij ben ik niet op het openbaar vervoer aangewezen.

Ik ga 4 dagen per week naar school. Op woensdag leer ik thuis.

20 uur les, hoe ziet dat er uit van dag tot dag?

Maandag

Het is maandagmorgen, om 10 uur pak ik mijn schooltas en begeef ik me op weg. Ik verlaat het huis, neem vlug de post door en dan concentreer ik me op het verkeer in de straat. Aan de brug moet ik de straat oversteken. Altijd heb ik een beetje stress omdat ik de fietsers niet kan horen en in Gent rijden er veel rond. Tot nu ben ik steeds zonder ongelukken aangekomen.

Ik ga langs de Leie en verder door de kleine straatjes. Hoe de straten heten, weet ik niet. Ik kan de straatnaambordjes niet lezen. Nog één zebrapad oversteken en ik ben al in de Maagdestraat en dus bijna op school.

Voor mijn jas heb ik een eigen kastje. Daarin berg ik ook mijn spullen en mijn sportkleding op. Ik ben daar om kwart over tien, zodat ik in de cafetaria nog een beetje met de andere cursisten kan babbelen.

Het is 25 voor elf. Ik begeef me nu snel naar de Nederlandse les. We zitten met zijn vieren in de klas. Vandaag spreken we over maanden, jaren, seizoenen, eeuwen en millennia. We benoemen de maanden, leren de uitspraak, geven typische voorbeelden bij de passende maand, het voorjaar of de lente,… Ik luister als de anderen vragen beantwoorden en formuleer in gedachten mijn eigen antwoorden.

Wanneer het mijn beurt is, antwoord ik nog te veel met een Duits accent, maar hopelijk toch verstaanbaar. Ik word erg in mijn uitspraak gestimuleerd. Mensen buiten de school bewieroken zelfs mijn goede Nederlands.

Tijdens het tweede lesuur start ik mijn laptop op. Ik werk met het programma ‘Jaws’. Op school is ‘Supernova’ de norm. Ook gebruik ik een qwerty-toetsenbord. We krijgen enkele eenvoudige zinnen gedicteerd. We schrijven dapper. Dan komt de leraar en hij corrigeert. Nu weet ik bijvoorbeeld dat het ‘mei’ is en niet ‘mai’.

Pauze. Ik tref mensen aan uit Marokko, Bulgarije, Tsjetsjenië, Afrika, Turkije en België. Meestal zit ik met de vrouwen uit mijn cursus samen. Vaak eten en delen we onze lunch met mekaar. We spreken onder elkaar een soort van Nederlands; het is een kleine kosmos.

Na de pauze wordt het sportief. Ik heb twee uur fitness waarvan twintig minuten ‘fietsen’. Ik krijg het al warm, de Nederlandse woorden schieten door mijn hoofd. Vlug een glas water en dan ‘cross-step’. Hier heb ik ervaren dat dit best wel lastig is; ik kijk erg uit naar het einde van die lange 15 minuten.

Ondertussen baad ik in het zweet, dan zijn de 20 minuten op de loopband kinderspel. Natuurlijk pauzeer ik tussendoor. Ik heb intensief gesport en voel me goed in mijn lichaam. Tijd voor een verkwikkende douche.

Mijn laatste uren: crea.

Ik heb in mijn leven nog nooit de gelegenheid gehad om met zoveel verschillende materialen te werken: mijn kat krijgt bijvoorbeeld een mand. Ook maak ik een tas uit vilt. Voor het thema ‘aarde’ boetseer ik drie tegeltjes uit klei met versieringen.

Vandaag vlecht ik verder aan de mand van ‘Gretchen’. Ik week pitriet in warm water en vlecht vervolgens de allereerste mand van mijn leven. De lerares toont mij hoe dat gaat.

Ik werk op een rustige en geconcentreerde manier in het crealokaal. Elke cursist werkt met andere materialen aan eigen projecten met uiterste concentratie en inspanning. De tijd vliegt voorbij; de zes lesuren leken niets.

images/stories/retro/monika_1.jpg.jpgimages/stories/retro/monika_2.JPGimages/stories/retro/monika_3.JPG

Dinsdag: opnieuw crea

Nu werk ik aan een speksteen: ik bind een werkschort om en klap het vijlendoosje open. Zachtjes verken ik de contouren van de steen. Een gezicht komt langzaam te voorschijn. Aan de andere kant piept een babyvoetje.

Op de achtergrond hoor ik zachte muziek, andere cursisten babbelen. Ook ik meng me af en toe in het gesprek en keer dan terug naar mijn speksteen met het ontluikende gezicht.

Middagpauze

Ik eet en ontspan me voor de volgende vier lesuren; ik waardeer bovenal het contact met de mensen.

De volgende twee uur is het Nederlandse les. Tijd voor enkele grapjes en een beetje kwebbelen. Vervolgens gaat het over boodschappen doen, winkelcentra, winkelstraten, winkels, verkopers en verkoopsters, klanten, boodschappenlijstjes,… We spreken veel, herhalen en stellen boodschappenlijstjes samen.

Tijdens het tweede lesuur dicteert de leraar mij 12 zinnen op een recordertje. Ik tik die dan alleen uit op mijn computer met mijn koptelefoon. De oplossing kopieert hij op mijn stick.

Vervolgens een kleine pauze. Daarna nog twee uur dactylo.

Ik typ gedicteerde letters en speciale tekens. Ik mag geen fouten maken want die worden op het einde als een percentage getoond. Met de speciale tekens heb ik het bijzonder zwaar. Ik werk namelijk met een qwerty-toetsenbord. Voor bepaalde tekens moet ik cijfercombinaties ingeven.

Ik concentreer me, werk opgave na opgave af. Vandaag heb ik eindelijk les 101 gehaald. Dat betekent dat ik vanaf nu actuele gesproken teksten van het internet mag overschrijven. Ik haal opgelucht adem, het gaat vooruit. Weer zijn zes lesuren in sneltempo gepasseerd.

Woensdag

Op woensdag heb ik vrij. Nu kan ik een beetje braille oefenen of dactylo, als ik tijd heb tenminste.

Het is donderdag.

Eerst één uurtje braille, dat valt mij bijzonder zwaar. Ik gebruik ‘het puntschrift’ in het dagelijkse leven bijna niet meer sinds ik een computer met spraaksoftware heb. Toch merk ik dat ik door het betasten van de letters mijn woordenschat én de schrijfwijze van de woorden leer. Ik ploeg mij moeizaam door de puntjes.

Ik wissel van lokaal voor een uur dactylo. Ik besluit de bijzondere tekens uit les 101 nog een keertje te herhalen: ik wil dit namelijk uitdiepen. Daar heb ik een vol uur voor nodig; de les duurt lang.

Na de middagpauze doen de twee uur fitness mij de inspanningen van de voormiddag vergeten. Ik werk hetzelfde programma als maandag af. Het doet veel deugd om twee keer per week zoveel beweging te hebben. Het is een mooie tegenpool voor de intellectuele arbeid.

Nog twee uur crea, mijn speksteen wacht al op mij. Ongeacht hoe ik mij voel, kan ik mij hier zo intens concentreren dat het bijna meditatie wordt. Mijn handen geven vorm aan het resultaat.

Vrijdag

Vandaag enkel en alleen twee uur Nederlands: herhalen en vragen beantwoorden. Bijvoorbeeld: ‘Een periode van ongeveer dertig dagen is een maand.’ Weer tik ik 10 tot 15 zinnen in en dan is het eindelijk weekend.

Februari 2013, Gent - Monika Maraun °1958